Wat treffen wij het weer met het weer als we aan ons uitje beginnen naar Cruquius.
We genieten al van de reis er naar toe: de lente komt eraan.
Dit uitje hebben wij al eens eerder gedaan, maar inmiddels zijn er Birdies weggegaan en anderen weer bijgekomen.
Het Theehuis, waar we eerst koffiedrinken en straks zullen lunchen, is net zo gezellig als jaren geleden.


Om 12.00 uur begint onze rondleiding. Aan Nicolaas Cruquius, landmeter en waterbouwkundig plannenmaker, dankt het museum zijn naam. De geschiedenis van het museum begint bij de redding van het stoomgemaal in de jaren dertig. We verbazen ons erover dat men vroeger zonder gebruik van computers en de technologie die men tegenwoordig beheerst, zo´n imposant stoomgemaal heeft kunnen bedenken en bouwen.

Het pronkstuk van de Cruquius is de imposante machine kamer. De stoommachine heeft de grootste cilinder ter wereld met een doorsnede van drie en een halve meter. Onder de indruk waren we toen de stoommachine gedemonstreerd werd en in werking werking kwam. Wat een prachtig stuk techniek!

Tijdens ons vorige uitje mochten we ook buiten kijken hoe het gemaal werkte en zagen we het water weggepompt worden.
Maar dat mag nu niet meer, heel jammer want dat was best indrukwekkend.

Dan maar op naar de lunch, het terras is nog niet open dus we gaan naar binnen.
De lunch is heerlijk maar voor sommigen wat te veel.


Lia wil haar overgebleven salade meenemen. Dat is prima, maar ze moet een euro betalen voor de “doggybag”.
Daar staan we dan wel allemaal versteld van. Dat zou toch een service moeten zijn.


Ja zo is er altijd wel wat.

Volgende maand geen uitje want dan gaan we naar de conventie in Schijndel.