Op vrijdag 1 februari stond een bezoek aan de tentoonstelling 1001 Vrouwen in de 20ste eeuw in het Amsterdam Museum op het programma.

Om 7 uur ging de telefoon bij mij thuis al. Het had gesneeuwd en niet iedereen durfde het aan om de sneeuw te trotseren. Oh jeetje, ik hoopte toch niet dat ons uitje in het water, of liever de sneeuw, zou vallen. Ik had zo naar deze tentoonstelling uitgekeken.

Gelukkig liet de NS geen verstek gaan en kwam ik keurig op tijd aan in het museumcafé en daar bleek ik niet de eerste Birdie te zijn. De meesten van ons waren vanwege de sneeuw op tijd van huis gegaan. En Amsterdam onder een dun laagje sneeuw zag er uit als een sprookjesstad.

Hoewel er geen gids beschikbaar was en we de tentoonstelling met behulp van een audiosysteem konden bekijken, heb ik genoten. Wat heeft de vorige eeuw toch een schat aan bijzondere vrouwen voortgebracht, die nog steeds hun stempel drukken op onze tijd. Wat te denken van Alletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts in Nederland, of van Hannie Schaft, het meisje met het rode haar, die haar inzet voor het verzet in de Tweede Wereldoorlog met de dood moest bekopen. Of Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer. Wat een inzet van deze vrouwen om in de diverse mannenbolwerken door te dringen. Wij, 21e eeuwse vrouwen, plukken hier nog dagelijks de vruchten van. En neem nou de uitspraak van Johanna Westerdijk. Is die ons, Rode Hoeden vrouwen, op het lijf geschreven?